Altijd maar begraven

2007

Zijn vrouw Bebel is zes maanden zwanger wanneer corrector en onuitgegeven schrijver Hans Woedman besluit ervandoor te gaan. Als een hedendaagse graalridder gaat hij op zoek naar iets wat zijn ingedutte leven glans en zeggingskracht moet geven. Zijn queeste voert hem langs een twintigtal voornamelijk Oost-Europese steden die alle met een B beginnen, geobsedeerd als Woedman is door de tweede letter van het alfabet. Vergezeld van een soms knagend geweten en een koortsachtig erop los hakkende innerlijke stem baant hij zich een weg door een wereld die hem steeds vreemder voorkomt. Woedman is een reizende tijdbom: zal hij zijn bestemming vinden in het van toekomstverwachtingen vibrerende Oost-Europa of keert hij bijtijds terug naar huis om zijn zoon ter wereld te zien komen?

Altijd maar begraven is het meeslepende relaas van een man die zijn plaats probeert te bepalen in een verwarrende wereld, wat leidt tot een deels pijnlijk, deels humoristisch zelfonderzoek. Daarnaast biedt de roman een verrassende kijk op Oost-Europa, het vaderschap en de liefde. Het verhaal van de zoekende Woedman wordt bovendien afgewisseld met markante prozaminiaturen, geschreven door de hoofdpersoon.