Astroloog

In zijn smoel

een tomtommond die weet

waar men is en terecht zal komen.

 

Op zijn schouder

een dwergpapegaai

die zich een ongeluk schatert.

 

Tussen zijn tanden

uiteengereten jachttrofeeën en

een trommelvuur van sms-verwensingen.

 

In het hart

stookhut en stoomgemaal

die godallemachtig drachtig

ossenbloed en leeftocht aftappen van

vrouwen bij de vleet.

 

Een vent uit één stuk, een kerel

van wanten en kettingen,

recht door zee en met een ransel vol

marsorders, beulskappen, fokmateriaal.

 

Hij komt, ziet en rochelt

zich een weg naar de ontvangkamers,

hij weegt, wrikt en plundert

de maskers, melkt de moraal,

bewaakt ten slotte de orde

met polijstpoeder en deugdoefeningen

in de vroege ochtend.

 

[gepubliceerd door De Revisor]