Genius Loci

Het noodlot sloeg toe op 22 september 1999 in een Zuid-Roemeense negorij toen een verdwaalde kogel van Russische makelij zijn schedel binnendrong en zich installeerde in de hippocampus (belangrijk voor de ruimtelijke oriëntatie). Vanaf dat moment kon hij zich niet langer aanpassen aan de eisen van zijn omgeving. Met een Bolkov 105 traumahelikopter (niet geschikt voor nachtvluchten) werd hij overgebracht naar een veldhospitaal in Duitsland ('s werelds grootste producent van tuinkabouters). Hij werd behandeld in een vrolijke, gezonde streek totdat hij weer aan alle eisen van een rationele gezondheidsleer voldeed.

Daarna namen zijn zwerftochten een aanvang. Hij vestigde zich korte tijd in Karinthië, waar hij tussenhandelaar in lijkzakken (biologisch afbreekbare exemplaren) werd en zijn nering zag opbloeien na een convenant met een plaatselijke seriemoordenaar. Toen dit heerschap achter de tralies verdween zag hij zich genoodzaakt de wijk te nemen naar het houten stadje Rauma (aan de eilandrijke kust van Finland). Daar verdiende hij de kost als importeur van zingende kerstbomen (85 cm hoog en het liedje 'O dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon' spelend) en lichtgevende rendieren voor in de tuin. Maar ook daar werd zijn positie onhoudbaar, want hij hield van tweeënhalve vrouw tegelijk en had de verkeerde vrienden.

Met een vals paspoort ontsnapte hij op 13 maart per zeilschip (cruise controlled) naar Archangelsk, na de Noordkaap te hebben gerond. Hij voelde zich een gestrande potvis (met een hart van een meter doorsnee) die aanstonds gaat exploderen. Een kommervol bestaan als voddenraper (specialisme: koperdraad) was zijn deel. 's Nachts ging hij op pad met een motorzaag en sneed de ogen van vredig grazende schapen en gedomesticeerde Przewalskipaarden uit, die hij bewaarde in weckflessen met formaline.

Na een droom over zijn moeder keerde hij als een dief in de nacht terug naar zijn geboorteplaats (zoals die in zijn paspoort staat vermeld) en dook onder bij een eenzame boswachter. Vanuit diens woonstee pleegde hij telefonisch overleg. In een geblindeerde auto verliet hij na twee maanden zijn schuilplaats, in de veronderstelling dat er een internationaal opsporingsbevel tegen hem was uitgevaardigd.