Recensies over mij


 

Interview n.a.v. Erfsmet

Peter Drehmanns is de schrijver van de romans De blindganger en Gemaskerd land en de verhalenbundel Schaduwboksen. Avontuurlijk, zinnelijk, barok proza waarin er aan ironie geen gebrek is. Onlangs verscheen Erfsmet. Een roman met twee hoofdpersonen; één ervan is de schrijver Peter Drehmanns. 'Ik geloof niet in de autobiografie.'


Peter Drehmanns (1960) geeft een rondleiding door zijn Utrechtse woning. Een harmonieus interieur waarin veel hout is verwerkt, stijlvolle oude meubelen, kunst aan de muur, een trotse bibliotheek, een kleine ommuurde tuin. Een uitstekende plek om te schrijven, en toch grijpt Drehmanns iedere kans aan om weg te gaan. De rusteloze auteur is net terug van een trektocht te paard door Roemenië. 'Je kunt de mogelijkheid om tot schrijven te komen vergroten door te reizen. Als je onderweg bent wordt de werkelijkheid vluchtiger, waardoor je de behoefte krijgt deze vast te leggen in taal. Bovendien scherpt reizen je positie als buitenstaander aan, en een schrijver is een buitenstaander per definitie.'

En je komt op ideeën. Soms doet de werkelijkheid zich voor als fictie. In Zuid-Amerika stuitte de auteur op een aap die tegen betaling laatjes van een kastje opende om er briefjes uit te halen - een variant op het gelukskoekje. Die aap verwerkte hij in een van zijn laatste verhalen. 'In verre streken zie je dingen die zich onttrekken aan je begripsvermogen. Het is misschien een beetje clichématig om naar het magisch-realisme te verwijzen, maar sommige gebeurtenissen hebben simpelweg narratieve kracht.'

Ook in Erfsmet wordt weer flink gereisd. Het is het verhaal van de schrijver Peter Drehmanns, die het leven van een oudoom in kaart probeert te brengen. Deze oudoom was pater Pierre Joseph Maria Hubert Drehmanns (1882-1959), die carrière maakte in het Vaticaan totdat hij om duistere redenen naar Brazilië werd gezonden, waar hij het lekengezelschap 'Bruiden van Jezus' stichtte. Logisch dus dat de schrijver speurwerk in Rome verricht, en dat zijn zoektocht hem naar de binnenlanden van Brazilië voert. Die oudoom heeft, voor alle duidelijkheid, echt bestaan, en de schrijver in het boek heeft veel meer dan alleen zijn naam gemeen met de schrijver van vlees en bloed die, elegant gekleed, gezeten op een soort kerkbankje, zorgvuldig zijn woorden kiest. Waarom zo nadrukkelijk naar de werkelijkheid verwijzen, en tegelijkertijd Erfsmet als roman - dus als fictie - presenteren? Wat is de zin van deze verwarring? 'Een van mijn uitgangspunten bij het schrijven is de onkenbaarheid van het individu. Dat heb ik in dit boek op verschillende manieren proberen duidelijk te maken. In eerste instantie lijkt Erfsmet een vie romancée van de pater, maar al snel wordt het duidelijk dat ik - nou ja, het personage Peter Drehmanns - die pater in zekere zin misbruik om bepaalde inzichten over mezelf te verkrijgen. Je zou dus kunnen zeggen dat het boek eigenlijk over Peter Drehmanns gaat - maar ik geloof absoluut niet in de autobiografie.' Hij schiet in de lach. 'Ik bedoel, ik vind het genre volstrekt oninteressant. Ik denk dat het per definitie onmogelijk is om naar waarheid iets over je eigen leven te vertellen; het gaat altijd om een interpretatie daarvan. Ik wil dat genre problematiseren. In mijn boek gaat het om de spanning tussen autobiografie en leugen, om de dubbele bodem van iedere vorm van openhartigheid.'

In het boek maakt de vader van de schrijver bezwaar tegen deze vermenging van fictie en realiteit. Hij is bang dat de familienaam Drehmanns beklad zal worden, en wijst erop dat zijn eigen privacy in het geding is. Dit ouderlijk protest, vervat in hilarische brieven, blijkt ook weer een geval van wat ergens in het boek 'schandalig ware fictie' wordt genoemd. 'Over die kwestie van de naam zijn inderdaad discussies geweest, en ik verwacht dat het verschijnen van dit boek ook wel tot de nodige frictie zal leiden. Men zal het me niet in dank afnemen.' Lastige reacties horen bij een boek als dit, meent Drehmanns. Hij is zich ervan bewust dat sommige lezers alles in het boek voor waar zullen aannemen, inclusief het beeld dat hij van zijn familie schetst, omdat de auteursnaam op het omslag nu eenmaal overeenkomt met de naam van de hoofdpersoon, maar hij hoopt tegelijkertijd dat het boek anderen tot nadenken stemt. 'Wie het goed leest, zal begrijpen dat hij de schrijver niet op zijn woord kan geloven.'


Aan de pogingen van het personage Peter Drehmanns om het karakter en het leven van zijn oudoom te reconstrueren is iets voorafgegaan: hij is verlaten door de liefde van zijn leven, een Joegoslavische kunstenares, en deze gebeurtenis heeft hem beroofd van zijn identiteit. Hij probeert zichzelf opnieuw te definiëren aan de hand van zijn oudoom, door op zoek te gaan naar de karakterologische overeenkomsten en verschillen. Wanneer deze opzet vruchteloos blijkt, wil hij eigenlijk alleen nog maar opgaan in de schaduw van de pater, wil hij verdwijnen in het leven dat hij onderzoekt. Nu is verlaten worden natuurlijk altijd pijnlijk, maar heeft dat zoiets dramatisch als verlies van identiteit tot gevolg? Drehmanns: 'Je denkt dat je vaste grond onder de voeten hebt, dat je iemand bent omdat de ander van je houdt, én je denkt dat jij die ander kent - en opeens blijken al die denkbeelden waardeloos te zijn. Het beeld dat je van jezelf hebt wordt vernietigd wanneer je aan de kant wordt gezet, wanneer je bij wijze van spreken wordt vervangen door de buurman. De geliefde persoon die je dacht te kennen is opeens een soort buitenaards wezen voor je geworden, en zij op haar beurt behandelt jou als een buitenaards wezen. Ja, ik denk dat je gedurende een liefdesverhouding in belangrijke mate je eigen identiteit ontleent aan de ander, en op het moment dat die je de rug toedraait moet je de definitie van jezelf ergens anders vandaan halen. Je hebt letterlijk het gevoel dat je niemand meer bent... je voelt je een volstrekte nul.' Hij zwijgt lang. 'Het is natuurlijk een autobiografisch gegeven, maar dat gegeven heb ik voor het karretje van de literatuur gespannen.'

Het zijn situaties als deze, waarin alles op losse schroeven komt te staan, die in Drehmanns' werk terugkeren. 'Ik probeer al mijn personages te desoriënteren, ze een donker bos in te sturen en ze daar te laten verdwalen, omdat er dan interessante situaties ontstaan. Iemand wordt dan teruggeworpen op zichzelf en begint zich allerlei dingen af te vragen. Dat is steeds mijn uitgangspunt.' Daarmee zijn we weer terug bij fictie en werkelijkheid, want in die situatie gebracht gaan Drehmanns' personages de werkelijkheid vaak als fictie ervaren, als iets volkomen onwerkelijks, waar ze geen grip op kunnen krijgen. Op dat moment wordt de grens tussen fictie en werkelijkheid - zowel voor het personage als voor de lezer - vloeiend.

De schrijver in het boek formuleert het zo: 'Ja, misschien is het wel voorbeschikt dat ik om de zoveel jaar tot de ondervinding moet komen dat ik niet ben wie ik veronderstel te zijn, dat ik vreemd aan mezelf ben en dat alles wat ik tot dan toe heb gedaan en gedacht, gestoeld is geweest op een volkomen verkeerde premisse. Elk moment immers is op het moment zelf een misverstand, het resultaat van een verkeerde beoordeling [...]'

Wie de werkelijkheid als ongrijpbaar ervaart, schrijft vanzelfsprekend geen autobiografie - dat genre heeft immers de pretentie zich aan de feiten te houden. Zo iemand schrijft romans, ofwel, in de woorden van de papieren Drehmanns: 'schandalig ware fictie.'

Uit: Schrijven, okt-nov. 2004
Interview door Marco Kamphuis