Stairway to heaven

Cochonnerie was het eerste woord waarmee de vrijgezel Frederik Schotgans de nieuwe dag te lijf ging. Het gaf hem de moed zijn pyjama uit en zijn sokken aan te trekken. Dat hij gaten in zijn sokken had kon men hem niet aanrekenen, dat overkwam de besten.

Hij was ervan op de hoogte dat hij rook naar de geur die Oost-Europese toiletverfrissers verspreiden, maar bekoorlijker bestrijdingsmiddelen tegen de urinelucht die hij uitwasemde kon hij zich niet veroorloven. Met gezonde walging daalde hij de trap af naar de woonkamer. Nooit had hij de trap gelakt of door een loper beschermd. Gestaag brokkelde ze af. Denkend aan die trap hield hij het tot de avond uit. Windhandel was steevast het laatste woord waarmee hij de oude dag afserveerde.

Op zekere dag werd Frederik Schotgans wakker en trof zijn sokken niet meer aan omdat deze geheel overmeesterd waren door de gaten. Evenmin kon hij nog naar beneden gaan omdat de trap was verdwenen, voorgoed naar het scheen.

Voldaan keerde hij terug naar bed. Met grote nauwgezetheid tikte de tijd hem de grafkuil in.